Daniel banner.png

Adrian-Fernandez-To-be-or-To-Pretend-series.jpg

Zanele banner.png

Fen de Villiers banner 1.png

The Importance of Being banner.png

About print

De kwetsbare vlucht van Eduard Bal
 
Eduard Bal (1927-1999) is een typisch kunstenaar van de jaren zeventig, begin jaren tachtig, die zich dus niet beperkte tot één medium, maar integendeel vertrekkend vanuit één basisthema alle media uitprobeerde. Dit basisgegeven was het gebruik van papieren vliegtuigjes.
 
Ik heb met het werk van Eduard Bal, die gestart is in de jaren vijftig als een klassiek schilder, kennis gemaakt in 1974 in drie expo’s te Antwerpen: Kleinsculptuur (Gemeentekrediet), Aspecten van de actuele kunst in België (ICC) en Belgische beeldhouwkunst in Middelheim. Zijn bezig-zijn met papieren vliegtuigjes boeide me, omdat ze beschouwd kunnen worden als een verschijnsel tussen vogel of insect en vliegtuig, tussen natuur en techniek, tussen ruimte en object, tussen milieu en verontreiniging, precies zoals spel zich afspeelt tussen vrijheid en plicht. De consequente manier waarop hij zich in de verschillende mogelijkheden van dit thema heeft verdiept, heeft deze antitheses rond zijn werk aan mij opgedrongen.
 
Dit was trouwens ook de problematiek waarmee de denkers van dat ogenblik zich bezighielden, zoals de Amerikaanse socioloog Theodore Roszak. In zijn boek Opkomst van een tegencultuur presenteerde hij de beweging van die periode als een opstand tegen de “gevoelloze” en almaar machtiger wordende technocratie die de natuur, zowel de mens als zijn omgeving, dreigde te vernietigen. Gelijktijdig met Roszak waarschuwde de filosoof Ivan Illich in zijn geschrift Ontscholing van de maatschappij voor overprofessionalisering en betoogde dat de wereld nog slechts te redden was door terug te keren naar de snelheid van de fiets (of waarom niet naar de snelheid van het papieren vliegtuigje).
 
Het werk van Eduard Bal is sociologisch-filosofisch boeiend, maar ook naar de zuivere kunstkant van zijn activiteiten zijn draden te spannen vooral naar de abstracte kunst, de conceptuele kunst en de “land art”. Enkele toelichtingen.
Naar de abstracte kunst verwijst het formele lijnenspel van de achter glas bijeengevoegde vliegtuigjes. Wouter Kotte, het toenmalig hoofd Hedendaagse Kunst te Utrecht, behandelde dit spanningsveld figuratie/ abstractie in het oeuvre van onze kunstenaar in zijn tekst voor de Campo-catalogus (1982) heel precies: “De collages kunnen ook gezien worden als accumulages van vliegtuigen van verschillende grootte in het platte vlak. Door de identieke vouwvormen, de kleur en de kwaliteit van het papier ontstaan ritmische abstracties waarbinnen de identiteit van de vliegtuigjes in een nieuwe totaliteit gesubordineerd worden. Figuratie en abstractie gaan volledig in elkaar op.”
 
“De lichtval (bij het wit van de Nul-Zerobeweging eveneens belangrijk: Schoonhoven bv.) speelt ook bij deze collages een wezenlijke rol. Opvallend is dat Eduard Bal het papier als materiaal zo functioneel gebruikt. Geraffineerd maakt hij gebruik van de verschillende soorten en tinten. Soms verraden de kreukels in het papier de rechtlijnigheid van de vouwlijnen, waardoor een heel intense spanning kan ontstaan.”
 
Er zijn ook gemeenschappelijke punten met de conceptuele kunst, dit is de stroming die het idee, het concept van het kunstwerk belangrijker acht dan het kunstwerk zelf, bij zoverre dat het idee zelfs dit kunstwerk kan vervangen. Eduard Bal heeft het concept steeds centraal gesteld, maar daarnaast ook de realisatie ervan niet verwaarloosd. Hij is dus geen zuiver conceptueel kunstenaar, maar is wel schatplichtig aan deze stroming.
 
Ook met de “land art”, dit is kunststroming waar de kunstenaar in het landschap werkte, zijn er realisaties. Zo was Eduard Bal opgenomen in de ICC-expo (1981) Naar en in het landschap. De scherpzinnige kunstcriticus- docent Wim Van Mulders schrijft in de catalogus naar aanleiding van een diareeks over het project Ornithologie – Duinbergen 1973: “Eduard Bal die zich steeds met de schaalvergroting van een papieren gevouwen vliegtuigje heeft beziggehouden, laat een dergelijk gigantisch model de speelbal worden van de elementen door het op de golven van de zee los te laten. De natuur vernietigt een menselijk beeld dat bewust fragiel en naïef wordt gehouden om contrasten aan te dikken”.
Is Eduard Bal dus moeilijk onder één stroming onder te brengen, dan lukt dit zeker niet wat de gebruikte media betreft, want die waren zeer divers: assemblages, objecten, collages, kunstenaarsboeken, multipels, films, diareeksen, stempels, postkaarten, …
 
De veelzijdige kunstcriticus Marc Bourgeois heeft het in een artikel n.a.v. zijn expo bij Pieter Celie te Berchem (1981) vooral over het objectmatige en over de diversiteit gesproken: “Ward Bal ontwikkelt reeds jaren lang één thema: de papieren vlieger. Los van enige symbolische of psychologische betekenis, gaat het in hoofdzaak om assemblages, dus objectgebonden kunst. Theoretisch stoelt deze techniek op Dada en Pop, wat praktisch neerkomt op anti-kunst of banaliteit. Toch heeft Ward Bal het medium “geësthetiseerd” en omgebogen tot taferelen met vaak prachtige picturale matières. Aldus creëert Ward Bal zijn ‘wereld’: een in alle richtingen doordenken van welomschreven gegeven, doorheen alle mogelijke technieken en dimensies.”
 
Ik wil hier persoonlijk aan toevoegen dat de assemblagekunst van artiesten als Vic Gentils, Paul Van Hoeydonck, Camiel Van Breedam, Remo Martini en Eduard Bal, hoe verscheiden ook, wellicht de meest oorspronke- lijke bijdrage heeft geleverd van ons land aan de evolutie van de sculptuur in de voorbije eeuw.
 
De kunstcriticus wijlen René Turkry analyseerde naar aanleiding van diezelfde tentoonstelling van Eduard Bal bij galerie Pieter Celie (Berchem) dan weer het element collage en het monochrome kleurgebruik in een diepzinnig artikel getiteld De blanke “vliegers” van Ward Bal. Het is een knappe tekst, vandaar enkele excerpten: “Het gevouwen papieren vliegtuig blijkt als vormgeving en concept centraal te staan in de artistieke getuigenis van Ward Bal. Als ander bindsegment fungeert het alom aanwezige blank. Deze kunstenaar zet inderdaad wit naast wit, wit over wit, etc. Uiteraard met de aanwending en de uitbuiting van reliëf en nuanceringen. Niet zelden wordt het wit als met wazige rook overdekt. De elementaire vliegtuigvorm die hij alom introduceert, kan individueel een compositie domineren, maar hij kan evenzeer ordenend of disharmonisch worden vermenigvuldigd. Veelal zijn het papieren vormen en gekreukt linnen die hij als collage-elementen in zijn composities opneemt. Met een minimum van gegevens biedt het werk van Ward Bal de mogelijkheid tot een maximale denk- en verbeeldingsactiviteit bij de toeschouwer. Het vliegtuig wordt dan om de beurt een symbool van vrijheid, onvrijheid of drang naar escapisme. Men kan er een vlinderzwerm, een klad vogels of een op drift geslagen escadrille in zien, iets poëtisch of iets dreigends. Ondanks het ene kardinale thema en de volgehouden ascese is dit werk – vreemd genoeg – rijk en afwisselend. Langs het monochrome komt Ward Bal tot een veelheid van uitdrukkingen, zonder dat dit afbreuk doet aan de homogeniteit.”
 
Naast assemblages, objecten en collages heeft Eduard Bal ook echte kunstenaarsboeken (livres d’artiste/artist’s books) gemaakt. Een kunstenaarsboek is een zelfstandig kunstwerk in de vorm van een boek, waarvan vorm en inhoud volledig door de kunstenaar worden bepaald. Kaft, bladzijden, papier en inkt zijn voor de kunstenaar als verf en doek en ieder gaat er op zijn eigen wijze mee om. Dit resulteert bij Eduard Bal in boeken zoals we ze niet gewoon zijn, boeken die moeten worden bekeken in plaats van gelezen, boeken die een ding op zich zijn. Ook het boek was dus voor hem een geschikt medium. Sommige van die boeken kwamen tot stand door bemiddeling van één van de pioniers op dit domein in België: de uitgever-galerist Guy Schraenen.
 
Guy Schraenen was in de jaren zeventig een echte spilfiguur in de ontwikkeling van het artistieke leven in Antwerpen, in België, maar met ankers naar het buitenland. Zijn Galerie Kontakt, opgericht in 1964, had zich begin jaren zeventig gevestigd op de Kaasrui nr. 11, in het historische hart van Antwerpen. Daar werd de galerie ook de plaats voor tentoonstellingen en evenementen georganiseerd door het “Archive for Small Press & Communication”, opgericht in 1974 door diezelfde Guy Schraenen. Zijn inzet was trouwens belangrijk voor de mogelijkheden geboden aan Eduard Bal, die contractueel aan de Galerie Kontakt verbonden was van 1 oktober 1973 tot 1 juli 1978. Eduard Bal heeft in de Galerie Kontakt driemaal individueel geëxposeerd. Maar het werd vooral de uitvalsbasis voor talrijke expo’s in binnen- en buitenland. Het was ook de start voor de uitgave van boeken.
 
In 1973 koppelde de uitgever Guy Schraenen de beeldend kunstenaar Eduard Bal aan de Franse schrijver uit de richting van de concrete poëzie, Bernard Heidsieck. Het resultaat van deze samenwerking is een schitterend boek op gelimiteerde oplage Portrait-Pétales – Biopsie 13. Eduard Bal illustreerde niet, maar interpreteerde en zorgde dus voor een deel van de inhoud.
 
In deze geest en opnieuw met de uitgever Guy Schraenen was er een samenwerking met een andere dichter uit de omgeving van de concrete poëzie: Henri Chopin. Het boek in gering oplage verscheen onder de titel Ecarts de Bal.
 
Individueel creëerde Eduard Bal het kunstenaarsboek Middelheim 20/21.8.74 uitgegeven door ColleXtion-Antwerpen in het kader van zijn participatie aan de belangrijke groepsexpo “Belgische Beeldhouwkunst in Middelheim” in de zomer van 1974 en waarrond ook in samenwerking met Guy Schraenen een film is gemaakt.
 
Verder is er het bijzonder mooie Entomoprint, een editie op geringe oplage van daylight Press in Amsterdam. Entomos betekent insect en aldus verwijst de titel ook weer rechtstreeks naar het vliegen, een thematiek die overigens ook bij Jan Fabre en Panamarenko te vinden is.
 
Bij uitgeverij Schraenen verscheen van Eduard Bal Le dernier livre de Schmoll, een hommage aan Paul van Ostaeijen die een dichtbundel publiceerde onder de titel Het eerste boek van Schmoll. Het kunstenaarsboek is uitgegeven als een muziekboek, refererend dan weer aan het partiturenboek voor de beginnende pianospeler van Schmoll. Maar wat er te zien is, zijn geen noten of muzieksleutels, maar verwijst andermaal naar de vliegers.
 
 
Binnen de beeldende kunstscène van de jaren zeventig was de kortfilm naast het kunstenaarsboek een andere uitingsmogelijkheid. Lange tijd werd dit aspect onderbelicht. Ook hierin is wijziging opgetreden. Zo vormde de kortfilm “I’m too sad to tell you” uit 1971 van de Nederlander Bas Jan Ader zelfs het historische ankerpunt van de tentoonstelling Emotion Pictures (2005) in het MuHKA. Ook voor de films van Eduard Bal was Guy Schraenen producent en stimulator. Parallel aan sommige filmprojecten werd een diareeks opgenomen. Zo bijvoorbeeld voor Ornithologie I en II.
 
Met postkaarten en stempels zat Eduard Bal ook in het internationale, mondiale mail-art gebeuren, zo typerend voor die periode en ook weer gestimuleerd door de galerie Kontakt van Guy Schraenen. Vandaag de dag is er opnieuw een grote belangstelling voor dit aspect van het kunstleven. Werk van Eduard Bal is te zien in de collectie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen te Edegem, als langdurige bruikleen van het MuHKA. 
 
Het is goed dat in deze periode van herontdekking van de jaren zeventig de Antwerpse Galerie Paul Verbeeck, met een expo in Campo & Campo en met een publicatie opnieuw de schijnwerpers plaatst op deze betekenisvolle figuur uit het Belgische kunstleven, Eduard Bal. Zijn leven en werk zijn blijvende getuigen van een boeiende periode waarin de kunst een radicale omzwaai maakte.
 
Ernest Van Buynder
voorzitter Vrienden van het MuHKA.
Piëmonte 2010.
 
 
 
Aanbevolen lectuur:
Theodore Roszak, Opkomst van een tegencultuur, Amsterdam, 1971.
Ivan Illich, Ontscholing van de maatschappij, Baarn, 1972.
Kurt Vanbelleghem (ed), Not done. Het kunstenaarsboek – The artist’s book, catalogus naar aanleiding van de tentoonstelling “Not done” in het MuHKA, Imschoot uitgevers, 2004.
Kunst zonder voorschrift, collectieboek UZA, 2004.
Ludo Raskin, Liefde voor het boek, catalogus tentoonstelling Cultuurcentrum Hasselt, 2010.
link twitter link linkedin link blog artUI